Ruggenmergstimulatie (SCS)

Ruggenmergstimulatie of Spinal Cord Stimulation is een techniek ter behandeling van zenuwpijnklachten waarbij gebruik gemaakt wordt van elektrische impulsen. Deze impulsen worden via een zogenaamde elektrode doorgegeven aan het ruggenmerg. Door deze stimulatie van bepaalde gebieden van het zenuwstelsel kan een onderdrukking van zenuwpijn worden bekomen.

Wie komt in aanmerking?

De beste kandidaten zijn patiënten die een onbehandelbaar zenuwpijnsyndroom hebben door onherstelbare schade aan een zenuw. Dergelijke schade kan ontstaan door landurige en vooral ernstige druk op een zenuw bv. door een hernia die ondanks het chirurgisch verwijderen van de druk blijft bestaan. Tot op heden is deze techniek niet aangewezen bij mechanische pijnklachten zoals rugpijn (al dan niet na een ingreep) of bijvoorbeeld pijn na breuken (fracturen).

Neurostimulatieprocedure

Wanneer een patiënt een zenuwpijnsyndroom vertoont dat niet meer beantwoordt aan de klassieke behandelingen en waarbij een neurostimulatieprocedure veel kans op succes heeft, kan de procedure worden gestart. Aangezien het om een techniek gaat waarbij het gebruikte materiaal (elektroden, implanteerbare batterijen) zeer duur is, eisen de mutualiteiten een strikte naleving van alle voorgeschreven regels om deze kosten terug te betalen. Indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, zullen de mutualiteiten een volledige terugbetaling voorzien. Voor de patiënt blijft enkel een administratiekost van maximum 150 euro.

  • De eerste voorwaarde is dat de patiënt correct geselecteerd wordt. Dit is de taak van uw behandelend arts of neurochirurg.
  • Ten tweede dient de patiënt te worden gezien door een psychiater en een specialist van de pijnkliniek. Er mogen geen tegenindicaties bestaan voor deze beide artsen. In de pijnkliniek wordt tevens een pijnevaluatieformulier opgesteld.
  • Vervolgens plaatst de neurochirurg tijdens een eerste ingreep een elektrode in het ruggenmergkanaal, waarna een proefperiode van minstens 4 weken volgt. Tijdens die proefperiode mag de patiënt thuis verblijven en zijn dagelijkse activiteiten zoveel mogelijk hervatten om de werking van de neurostimulator te testen.
  • Na 4 weken proefstimuleren wordt de patiënt teruggezien door de collega van de pijnkliniek die samen met de patiënt het effect van de neurostimulatie beoordeelt aan de hand van een tweede pijnevaluatieformulier. Een pijnvermindering van minstens 50% is de richtlijn om te spreken van een goed effect.
  • Indien er een duidelijk gunstig effect is op de pijnklachten kan de neurochirurg overgaan tot het plaatsen van een inwendige batterij (IPG = Internal Pulse Generator). Dit volledig inwendig systeem geeft hetzelfde effect op de pijn als de proefstimulator, maar kan worden aangestuurd via een afstandsbediening (aanzetten, afzetten, harder of minder hard stimuleren).
  • Nadien kunnen nog bijkomende programmaties worden uitgevoerd om het beste effect op de pijnklachten te bekomen. Een afspraak hiervoor maakt u via ons secretariaat.

Voordelen van neurostimulatie

  • In principe is een neurostimulatieprocedure volledig omkeerbaar. Als het resultaat van de proef niet voldoet, kan de elektrode worden verwijderd en is de situatie van de patiënt weer net hetzelfde als voor de de proefstimulatie.
  • Verder is er - in tegenstelling tot zware pijnmedicatie- geen gewenning met neurostimulatie. Patiënten blijven dezelfde hoeveelheid stroom gebruiken gedurende jarenlange behandeling.
  • In principe is het mogelijk alle activiteiten uit te voeren na implantatie van dergelijk systeem, inclusief sporten, werken etc.

Nadelen van neurostimulatie

  • De neurostimulatieprocedure is vrij uitgebreid en moet nauwgezet worden gevolgd om een terugbetaling van het materiaal te bekomen.
  • Neurostimulatie is een pijnbehandeling. Dit betekent dat aan de oorzaak van de pijn niets meer kan worden gedaan.
  • Er wordt vreemd materiaal in het lichaam geplaatst. Dit materiaal kan infecteren, vooral in de eerste weken na plaatsing. Wanneer dat gebeurt, moet de neurostimulator in de meeste gevallen verwijderd worden.
  • Daarnaast kunnen technische problemen optreden zoals breuk van kabels of verplaatsingen van contactpunten. Dit is eerder zeldzaam.
  • Tenslotte dient de batterij (IPG) van de neurostimulator regelmatig te worden vervangen door middel van een kleine ingreep. Gemiddeld gaat een batterij 3 tot 6 jaar mee afhankelijk van het individueel stroomverbruik.