Stemmingsstoornissen (Depressie)

Onze stemming wordt voortdurend beïnvloed door zowel interne als externe factoren. Onze hersenen helpen ons om een cruciaal basis biochemisch evenwicht te bekomen wat de stemming stabiliserend onderbouwt. Door allerlei interne (hormonaal, postnataal, zwangerschap, persoonlijke verwerking en/of heractivering van gebeurtenissen, recente ziekte)  en externe factoren (levensomstandigheden, conflicten, levensgebeurtenissen, ziekte, seizoenen, medicatie, burnout  en stress van allerlei aard ) kan dit evenwicht kritisch verstoord raken.

Schommelingen in onze stemming zijn meer dan normaal. We spreken van een stemmingsstoornis wanneer de tijdelijke wijziging van onze stemming niet meer naar het normale niveau terugkeert, m.a.w. als het niet meer in verhouding is met de omstandigheden. 
Er zijn verschillende soorten stemmingsstoornissen, waarvan de meest voorkomende onder de grote noemer depressie valt . 15 tot 20 % van de bevolking zal in zijn leven ooit een depressie doormaken.

Depressie kan onderverdeeld worden in 2 groepen:

- Unipolaire depressie :

  • Eenmalige depressieve stoornis
  • Recidiverende depressieve stoornis: iemand die meermaals een majeure depressie in zijn leven doormaakt.
  • Dysthymie: depressieve stemmingssymptomen die meer dan 2 jaar aanslepen
  • Dubbele depressie: we spreken van een dubbele depressie wanneer iemand aan dysthemie lijdt  en in deze periode ook een majeure depressie episode doormaakt.

- Bipolaire depressie :

 
Een bipolaire depressie wordt gekenmerkt door depressieve episodes die worden afgewisseld met manische episodes. De manische periodes worden gekenmerkt door excessieve vreugde, hyperactiviteit, gaande tot prikkelbare boosheid en impulsiviteit.

Nu blijken neurotransmitters (stoffen die informatie tussen de zenuwcellen uitwisselen) een uitermate belangrijke rol te spelen bij depressie. Een verandering in het niveau van deze stoffen heeft een sterke invloed op de samenwerking tussen de verschillende zenuwcellen in de hersenen. 
Er zal dus ook een wijziging plaatsvinden in de elektrofysiologie en als het ware de fitheid van de hersenen. 
Een heel belangrijke focus ligt wat betreft  behandeling en concept nog steeds bij deze neurotransmitters, welke tot op heden via medicatie (psychofarmaca) in belangrijke mate te beïnvloeden waren en dus centraal stonden in de klassieke behandeling, met alle voor- en nadelen.

 Via qEEG en de hieraan verbonden speciaal verder reikende, recentere, hoogperformante onderzoekstechnologie kunnen we nu echter veel verder dan ooit peilen naar de preciezere werking en fitheid van onze hersenen. Dit gebeurt via zogenaamde bronlokalisatie, connectiviteits- en spectraalanalyse, waardoor we ons aldus een beeld kunnen vormen van het elektrofysiologische basisfunctioneren van de hersenen. 
Hierdoor kunnen we vaststellen in welke mate het neuropsycho-elektrofysiologische basisnetwerk ontregeld is,  in welke mate de interne netwerken niet meer matchen met de externe bevraging of niet meer voldoende fit zijn om gepast te kunnen inspelen op externe omstandigheden . 
Nadat via dergelijk onderzoek eventuele elektrofysiologische stoornissen in kaart worden gebracht, kunnen we hierop ook neuromodulatietechnieken toepassen. Verschillende varianten hiervan kunnen de falende communicatie tussen de verschillende zenuwcellen immers duidelijk helpen optimaliseren en aldus ook de fitheid in diverse domeinen van onze hersenwerking helpen herstellen op een radicaal innovatieve wijze .