Bijkomende duiding ivm chronische pijnproblematiek

Bijkomende duiding ivm chronische pijnproblematiek

Op 3 januari 2016 werd op het VTM middag nieuws een korte reportage uitgezonden waarin het probleem van chronische pijn werd aangehaald. De aanleiding van deze uitzending was een onderzoek bij de Belgische bevolking betreffende chronische pijn.
Chronische pijn is het aanhouden van pijn 3 tot 6 maanden nadat de oorzaak van de pijn is verdwenen of  is opgelost of geen duidelijke oorzaak wordt gevonden. Uit de enquête is gebleken dat de juist definitie van chronische pijn niet goed gekend is. Anderzijds geeft 20% van de ondervraagden aan iemand in de omgeving te kennen met chronische pijn en lijkt chronische pijn bij 1 op 5 Belgen aanwezig te zijn. Bovendien wordt als behandeling vooral rust , pijnstillers en kinesitherapie opgegeven. Een groot deel van de ondervraagden menen ook dat chronische pijn een psychische oorzaak heeft.
Er zijn natuurlijk veel vormen van chronische pijn. De meest voorkomende vormen zijn:
- rug en nekpijnen
- gewrichtspijn door slijtage van kraakbeen
- pijn in kader van ziekten zoals suikerziekte
- pijnen van reumatologische oorsprong 
- pijn na trauma

Wat betreft behandeling is het duidelijk dat preventie misschien wel het meest belangrijk is. Voorkomen is beter dan genezen. Voor rug, nek, en slijtagepijnen is dit een correctie houding in de arbeidsomstandigheden, voldoende afwisselende lichaamsbeweging en een evenwichtige voeding.  Bij suikerziekte is dit het drastisch beperken van onze dagelijkse (onnatuurlijke)suikerinname.

Bij optreden van acute pijn is het van groot belang om op een correcte en snelle manier deze pijn te behandelen met wegname van de oorzaak, pijnstilling en zo mogelijk mobilisatie om de evolutie naar chronische pijn te voorkomen.

Reeds tijdens en onmiddellijk na deze fase kan opgelegde mobilisatie en kiné essentieel zijn.

Indien er toch een evolutie lijkt te zijn naar een chronische pijn kan een intensere fysiotherapie worden toegepast of een aanpassing van medicatie naar sterkere pijnstillers.

Bij onvoldoende effect kan in een volgende stap beroep worden gedaan op meer agressieve pijnbehandelingen zoals inspuitingen in gewrichten, ruggenmergkanaal of zenuwknopen. Bij gunstig maar tijdelijk effect kan soms een behandeling met hoogfrequente (radio)golven thv de bezenuwing van gewrichten of thv de zenuwen zelf worden overwogen.

Indien deze middelen op redelijke termijn evenmin effect hebben kan in sommige gevallen een behandeling met neurostimulatie of beter neuromodulatie worden overwogen. Bij deze behandelingen wordt gebruik gemaakt van (zeer zwakke) elektrische stroom om de overdracht van informatie doorheen het zenuwstelsel te beïnvloeden. Er kunnen 2 soorten neuromodulatie worden gebruikt. Invasieve of niet invasieve neuromodulatie.
Bij invasieve neuromodulatie wordt een apparaat in het lichaam geïmplanteerd waarbij een electrode op het ruggenmerg, zenuw of hersenen wordt geplaatst die wordt aangestuurd door een genre pacemaker die impulsen doorstuurt naar deze electrode. In België is er een strikte terugbetalingsprocedure voorzien voor bepaalde indicaties alhoewel er naast de terugbetaalde “Belgische” indicaties tal van andere goede indicaties bestaan zoals: zenuwpijnen bij suikerziekte, complexe regionale pijnsyndromen, vormen van migraine en autonome dysfuncties (slechte functie van het zelfstandig zenuwstelsel).

Bij niet invasieve neuromodulatie wordt vooral gekeken naar de hersenen als centrale verwerker van de pijnimpulsen. In normale omstandigheden zijn er systemen in onze hersenen die automatisch pijn onderdrukken of  een juiste waarde aan pijn geven (relativeren van pijn) . Bij chronische pijn kan het zijn dat deze systemen in de hersenen ontregeld zijn. Deze situatie kan zich ook voordoen bij patiënten met zogenaamd chronisch vermoeidheidsyndroom of fibromyalgie. Wij kunnen abnormale hersenactiviteit opzoeken door het uitvoeren van een qEEG, een onderzoek dat de elektrische activiteit van de hersenen registreert en vergelijkt met een normale bevolking. Soms kan , bij vaststellen van deze afwijkingen een behandeling worden ingesteld met uitwendige elektrische impulsen op de hersenen om deze systemen terug in evenwicht te brengen.
In België zijn deze niet invasieve neuromodulatiebehandelingen niet terugbetaald.

Welke zijn de patiënten die vooral in aanmerking komen voor neuromodulatie: indien eerstelijnsbehandelingen geen effect hebben gehad bij:
- patiënten met zenuwpijnen
- patiënten met rug en beenpijnen
- patiënten met uistralende pijnen in de armen
- patiënten met pijnen na trauma
- patiënten met complexe regionale pijnen
- patiënten met amputatiepijnen
- chronische pijnsyndromen bij sommige gevallen van CVS/fibromyalgie